Home Archieven

Clubavond 29 april 2014

Verwonderd over regie

Clubavond 29 april 2014
Verslag van Jetty Broeren

Op dinsdag 29 april hebben wij Els Heys te gast. Zij komt ons vertellen over het acteren, regisseren en schrijven. Maar eerst krijgt Paul het woord voor een aantal mededelingen.
- opmerkingen op het festivalreglement van NB'80 worden op de agenda van de bestuursvergadering van 19 mei geplaatst
- over 2 weken een "laat maar zien" avond. Nog niet vertoonde en besproken films komen aan bod. Ook de cursisten zijn dan uitgenodigd
- 5 mei wordt de film "Kapitein André" vertoond. 's Morgens voor genodigden en 's avonds voor iedereen. Lokatie "Zidewinde" in Sprang Capelle 20.00 uur
- 6 mei uitstapje met alle LAS-leden naar "Beeld en Geluid" in Hilversum in het kader van ons 35 jarig bestaan
- 10 mei het 1-minuut festival in Axel waar geen leden aan meedoen
- er is een verzoek binnen gekomen voor het maken van een promotiefilm van Het Huis van Waalwijk. De gebruiksmogelijkheden van het gebouw moeten hierin tot uitdrukking gebracht worden. Wouter en Mari geven zich op
Jan licht nog toe dat er op 5 mei na de ochtendvertoning van de film een straat naar Kapitein André vernoemd zal worden.

Verwondering

Voor de rest van de avond krijgt Els het woord.
Wij kennen Els al lang bij LAS. Vooral heeft zij een grote betrokkenheid gehad bij de creaties van Bert. Zij vertelt kort waarbij haar betrokkenheid bij deze creaties vorm hebben gekregen. Els is een veelzijdig amateur die al haast aan het professionele grenst. Zij heeft zich bekwaamd in diverse cursussen regie en scenario schrijven.

Zij laat ons een filmpje zien over de verwondering van een kind die voor het eerst een trein het station ziet binnen rijden. Niet gespeeld, puur de echte verwondering.
Hoe bereik je verwondering bij een acteur zonder het gevaar van overdreven spel? Bovendien moet je bij -tig keer herhalen van de scène het elke keer hetzelfde spelen. Els geeft aan, in een door haarzelf gespeeld voorbeeld, hoe je hiervoor een ezelsbruggetje kunt bedenken.

Acteren begint bij verwondering volgens Tsjechov. Hij spreekt over psychologisch gebaar.

Bij het volgende voorbeeld komt het verschil tussen acteren voor de film en acteren in het theater ter sprake.
Met de film Festen toont Els de overeenkomsten en de verschillen aan tussen deze twee vormgevingen.

Bovendien moet de theater regisseur creatiever zijn dan de filmregisseur. De laatste kan heel gemakkelijk in diverse lokaties zijn scènes opnemen terwijl op het toneel een creatieve oplossing gezocht moet worden als er b.v. op het toneel een groot obstakel staat dat moeilijk elke keer te verwijderen is als het spel op een andere lokatie verder gaat. Tot zover over de verwondering, het acteren.

Regie

Els gaat verder over spelregie.
De scriptschrijver en regisseur moet(en) zich goed afvragen:
Waar begin ik?
Waar gaat de film over?
Wat is de premisse? (voorafgaande of vooropgestelde stelling).

De scriptschrijver en regisseur zullen een goede analyse moeten maken van elke scène en deze moeten allen gestoeld zijn op de vooropgestelde stelling. ( ..... leidt tot .....).

Bij spelregie is ook de casting van groot belang.
Welk type zoek ik? Ken ik iemand in mijn omgeving die lijkt op de persoon die ik in mijn hoofd heb?
Wie?  (man, vrouw, leeftijd, gehuwd, kinderen)
Wat?  (opvliegerig type, verlegen, brutaal etc)
Waar?  (zoek in je eigen omgeving)
Hoe?  (houd een auditie)

Na een korte pauze gaat Els verder met de casting. Zij zegt altijd de tijd te nemen om een vertrouwensband op te bouwen met de spelers. Zij neemt daar meestal in twee bijeenkomsten de tijd voor.
In de 1e bijeenkomst geeft de regisseur informatie over de inhoud van de film (of toneelstuk) en over de personages.  Een regisseur doet er goed aan zijn/haar spelers niet in een rol te duwen maar, door rolonderzoek door de acteurs zelf, de spelers zich eigen laten te maken met de figuur die zij moeten vertolken.

In de 2e bijeenkomst wordt er een analyse gemaakt van elke scène. Dat kan met behulp van de 7 " W"s.
Wie? Wie speel ik?
Wat? Welke aktie vindt er plaats
Waar? Op welke lokatie speelt de scène zich af?
Waarom? Waarom ben ik op deze lokatie?
Wanneer? Wanneer speelt het zich af?
Waarmee? Waarmee speel je deze rol? (onderlinge drijfveer, welke emotie?)
Waarheen? Waarheen richt je je? Tegen wie spreek je?201404ElsHeijs52

Praktijkvoorbeeld

Na deze theoretische weergave van spelregie gaan we het even in de praktijk brengen met een korte dialoog die als volgt luidt:
Persoon 1: Hallo
Persoon 2: Hallo
             1: Hoe gaat het?
             2: Goed, en met jou?
             1: Ook goed.

Twee vrijwilligers zullen nu trachten zich in te beelden als bankdirecteur en als ontslagen bankmedewerker. Na van Els gehoord te hebben in welke relatie de twee tot elkaar staan wordt gestart met bovengenoemde zinnetjes. 

Je begrijpt dat het de eerste keer niet meteen goed gaat. Protesten van één van de spelers dat hij dat zo nooit zal zeggen is hier niet van belang en veroorzaakt de nodige hilariteit. De ene lachsalvo na de andere. De bankdirecteur had n.l. in de poep getrapt en dat was de list die de tegenspeler voor haar ex-baas gearrangeerd had als rancune voor het ontslag. En dan daarna met een stalen gezicht je ex-baas een goede dag wensen!
Voorbeeld van de gebruikte Rolbiografie

Els, je hebt ons een leuke, nuttige avond bezorgd. Bedankt.